‘Peer Accountants gaat over gezien worden’

Accountancy van morgen

Het Amsterdamse Peer Accountants is een bijzonder accountantskantoor en toch ook weer niet. De dienstverlening van Peer is hetzelfde als die van veel andere AA-kantoren, maar het team bestaat uit (assistent)accountants en fiscalisten die een steuntje in de rug kunnen gebruiken vanwege een arbeidsbeperking, langdurige werkloosheid of een verleden als vluchteling. Accountancy Vanmorgen sprak met oprichter en eigenaar Otto Reuchlin (60).

Wat voor bedrijf is Peer Accountants?
‘We doen eigenlijk alles wat een andere AA-accountant ook doet: het inrichten en automatiseren van boekhoudingen, BTW-aangiften, jaarrekeningen, IB-aangiften en een stukje fiscaal advies. We zouden ook nog meer richting bedrijfsadvies willen gaan, maar dat is nu alleen nog een ambitie. Er werken op dit moment 12 mensen bij Peer, zonder speciale subsidies. We krijgen inmiddels wel wat fondsengeld, maar dat is om het sociale model van het bedrijf verder uit te bouwen. Onze gewone bedrijfsvoering wordt zonder subsidie gedaan. Dat is niet altijd even makkelijk, maar we doen hier serieus werk waar gewoon geld mee verdiend moet worden. Bij Peer werken mensen die het potentieel in zich hebben om voldoende te verdienen, maar die dat in een gewone organisatie niet lukt. Mensen zijn bijvoorbeeld vastgelopen met een burn-out, een deel heeft iets in het autistisch spectrum en inmiddels hebben we ook Syrische vluchtelingen als medewerker. Allemaal mensen die net een steuntje extra nodig hebben. Als we mensen aannemen kijken we naar drie dingen: talent, motivatie en een open werkhouding. Mensen beginnen hier een half jaar met behoud van uitkering. De eerste twee jaar investeren we zoveel dat we daar absoluut niet op verdienen. De uitkeringsinstanties weten dat ook en vertrouwen erop dat we daar geen misbruik van maken. We nemen ook alleen maar mensen aan in dat traject als we de verwachting hebben dat ze uiteindelijk in vaste dienst kunnen komen.’

Waarom ben je in 2014 met Peer Accountants gestart?
‘Iemand zei me dat er nog niet zoiets was als een sociale onderneming op het gebied van administratie en ik dacht: dat is wat voor mij. Ik kwam uit de op de publieke sector gerichte advieswereld en daarvoor de overheid, ben econoom. Eerder werkte ik ook al veel met mensen die iets extra’s nodig hebben. Ik heb iets met mensen verder helpen en dat heeft ook met mijn eigen levensverhaal te maken. Ik heb zelf in mijn jeugd min of meer de straat gezien en ben uiteindelijk in een pleeggezin opgevangen en daar weer op de rails gezet. Mensen in hun kracht zetten is eigenlijk wat me drijft. Ik vind het heel leuk om te kijken wat iemand goed kan en diegene vervolgens in staat te stellen om dat doen. Op een bepaalde manier zeggen we bij Peer: we doen niks bijzonders, maar misschien toch wel een beetje. We kijken heel erg naar wat iedereen kan. En wat je niet kan, dat doen anderen. Dus er wordt ook enorm samengewerkt. We hebben bijvoorbeeld een medewerker die moeilijk kan praten en niet kan bellen. Een andere medewerker belt dus voor hem, maar die medewerker kan moeilijk typen omdat hij iets aan zijn handen heeft. Dan typt die collega soms voor hem. Dat is heel typisch voor Peer.’

In welke fase zitten jullie nu als bedrijf?
‘We zijn uit de pioniersfase inmiddels en hebben ons als bedrijf echt gevormd. Toen ik begon dacht ik bijvoorbeeld dat ik vooral mensen met een psychiatrische achtergrond zou trekken, maar dat blijkt eigenlijk niet te lukken. Het zijn toch vooral mensen met iets uit het autistisch spectrum. En we blijken bijvoorbeeld niet zo goed te zijn in kleinere ZZP’ers, want dat vraagt vaak heel snel schakelen zonder een laag ertussen omdat het anders te duur wordt. Onze klanten blijken vooral wat grotere MKB-bedrijven en andere maatschappelijk gedreven ondernemingen, goede doelenstichtingen en zorgorganisaties te zijn. We willen groeien, hebben zowel kandidaten als potentiële klanten. Op dit moment zijn we selectief in wie we als nieuwe klanten aannemen. Onze groeibelemmering zit in het vinden van ervaren accountants. Je moet in een team toch een evenwicht hebben tussen talent dat een steuntje in de rug nodig heeft en mensen die er zonder dat steuntje ook wel komen. We kunnen verder groeien, maar de belemmering zit in de seniorcapaciteit. Net als bij heel veel accountantskantoren eigenlijk.’

Wat is dat bij jou, dat je altijd zo met inclusiviteit bezig bent?
‘Peer gaat over gezien worden. We zien je, je bent wat waard. Dat is de essentie van wie we zijn, je wordt hier maximaal in je kunnen gezet. We hebben best een wat beschermder werkklimaat dan elders, maar iedereen moet toch maximaal doen wat hij of zij kan. Dus we nemen je ook heel serieus. En daar zit ook wel iets van mij zelf, daar ben ik ook wel een beetje kwetsbaar in. Dat zie je misschien niet zomaar, maar dat heeft ook met die geschiedenis van mij te maken. Gezien worden en er mogen zijn, erbij horen en meedoen. Dat zijn mijn thema’s en eigenlijk ook wel van Peer: je mag er zijn. Thuiszitten en nietsdoen is niet goed voor een mens. Ik vind ook wel iets van de arbeidsmarkt, die steeds meer mensen gladstrijkt. Je ziet bij ons allerlei mensen die net anders zijn dan anderen. De tolerantie daarvoor bij veel bedrijven en de overheid vind ik laag. Er wordt heel veel gepraat over diversiteit, maar vaak wordt er van mensen toch wel erg veel aanpassingsvermogen gevraagd. De prestatiedruk in Nederland wordt steeds hoger en ik weet niet of iedereen daar wel zo gelukkig van wordt. Ook in de accountancy is er een behoorlijke prestatiedruk en ik vraag me af of dat altijd verstandig is. Ik geloof heel erg in iedereen mee laten doen. Er staan in Nederland alleen al meer dan een miljoen mensen langs de kant die een beperking hebben en daarnaast nog een paar miljoen die ook min of meer zijn afgeschreven. Ik pretendeer zeker niet dat ik even de hele wereld ga veranderen, maar dat is wel wat mij drijft.’

Nick Buisman (60) is loonadministrateur, accountmanager patiëntenverenigingen en begeleider van medewerkers bij Peer Accountants.

‘Ik ben ooit begonnen als assistent-accountant bij Klynveld Kraaijenhof en Co. Later heb ik allerlei administratieve functies gehad, eerst in de gezondheidszorg en later bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Na tien jaar vond ik dat wel genoeg en toen heb ik – achteraf bezien een niet zo slimme – carrièremove gedaan waardoor ik werkloos raakte. Ik moest geopereerd worden en was al in de vijftig, waardoor het wat moeilijker bleek om te switchen. Daardoor heb ik een paar jaar thuis gezeten, totdat iemand bij het UWV me ongeveer viereneenhalf jaar geleden in contact bracht met Otto. Het klikte en ik werk nog steeds met veel plezier bij Peer.

Ik hou me onder anderen bezig met de begeleiding van collega’s die iets in het autistisch spectrum hebben, daarin trek ik veel samen met Otto op. Er zit helemaal niet zo’n van tevoren bedacht plan achter of zo, maar ik probeer me gewoon niet boven anderen op te stellen en iedereen als volkomen gelijkwaardig te zien. Dat werkt natuurlijk alleen als je dat ook echt zo voelt. Wat die begeleiding inhoudt verschilt heel erg, want iedereen met autisme is natuurlijk net zo uniek als jij en ik. We hebben bijvoorbeeld één collega waar je eigenlijk niks aan merkt, totdat hij overprikkeld raakt. Een andere collega praat juist moeilijk, waardoor hij bijvoorbeeld niet wil bellen. Maar de overeenkomst is dat ze allebei heel precies zijn en supergemotiveerd om het goed te doen. Ik vind het heel uitdagend om daar het maximale uit te halen en ik haal er ook zelf veel voldoening uit.’